17-10-2019

Biobenzine zet België op de Europese kaart


De Standaard – Woensdag 16 oktober 2019

https://www.standaard.be/cnt/dmf20191016_04666759articlehash=E2808C3024222AF2F1A4B7C3B8EBF1232DD2A1D0FD4A9F8B95632719B2ABCC26B484B96FCC8C93EE1703FF1EC2BBF319E4ACA8519F2CC12DD658D818A1F49E9B

ENERGIE

 

 

 

 

 

 


De West-Vlaamse familie Vanden Avenne is een van de sterkhouder van de Alco Group (foto: Xavier Vanden Avenne). DVH

Biobenzine zet België op de Europese kaart

Een Belgisch bedrijf is de jongste jaren uitgegroeid tot een van de grootste biobrandstoffenmakers van Europa. Zonder daar veel ruchtbaarheid aan te geven. De voorbije dagen liep de Alco Group in Nederland dan toch even in de kijker.

Pascal Sertyn

In de haven van Rotterdam staat de grootste bio-ethanolfabriek van Europa. Tot drie jaar geleden was het vooral een probleembedrijf.
Problemen met de productie, met de omwonenden en met de overheid. Alco Group, een Belgisch bedrijf met hoofdkwartier in de zuidelijke rand van Brussel, heeft sindsdien van de fabriek een succesverhaal gemaakt. Daardoor is deze Belgische bio-ethanolgroep op korte tijd uitgegroeid tot een van de grootste biobrandstoffenmakers van Europa. Goed voor 10 procent van de totale Europese bio-ethanolproductie.

Bio-ethanol is in opmars. Ook al is het debat over de bestemming van landbouwgewassen nog lang niet voorbij. Het verbruik van bio-ethanol als motorbrandstof neemt toe omdat Europese lidstaten stap voor stap het aandeel van biobrandstof in diesel en benzine optrekken. Voor wie tankt: E10 staat voor het aandeel bio-ethanol in benzine.

Sinds deze maand moet ook in Nederland de benzine aan de pomp voor een deel uit bio-ethanol bestaan. In België is dat al veel langer het geval. Het Belgische klimaat- en energieplan voorziet zelfs dat tegen 2030 benzine voor 14 procent bio moet zijn. Vandaag is dat 8,5 procent. Hendrik Lemahieu, directeur van de belangenvereniging van de Belgische bio-ethanolsector voegt eraan toe dat de comeback van de benzinewagen ook helpt. Daardoor wordt er in België meer benzine – bio-ethanol incluis – getankt.

Belgisch succesverhaal

De twee Europese fabrieken van Alco Group – eentje in Gent en het veel grotere exemplaar in de haven van Rotterdam – gaat het voor de wind. De twee waren in 2018 goed voor een omzet van bijna 570 miljoen euro en een nettowinst van 13 miljoen euro. Rob Vierhout, adviseur van de Alco-directie, heeft het over het Belgische succesverhaal in de Europese biobrandstoffenwereld.

Nochtans ging het in het begin heel wat moeizamer, voegt Lemahieu eraan toe. Hij was erbij toen Alco Bio Fuel in de Gentse haven in 2008 een splinternieuwe bio-ethanolfabriek opstartte.
Enkele Belgische ondernemersfamilies, onder wie het familiale West-Vlaamse veevoederbedrijf Vanden Avenne, bundelden daarvoor de krachten met onder andere de Boerenbond.

‘Het was een geschiedenis van vallen en opstaan.’ Slechte oogsten speelden de grondstoffenaanvoer parten. Tegelijk werd er in Europa meteen te zwaar geïnvesteerd, wat resulteerde in een overcapaciteit aan bio-ethanol in Europa. De controverse om landbouwgewassen te bestemmen voor brandstof in plaats van voor voeding riep vragen op of biobrandstoffen geen doodlopend spoor waren in de zoektocht naar een vergroening van het energieverbruik en het terugdringen van de CO2-uitstoot.

Tarwe, mais of suikerbieten

Het heeft alvast geleid tot een tweesporenbeleid in Europa. Dat is voorstander om het bio-aandeel van motorbrandstoffen verder te verhogen, op voorwaarde dat biobrandstoffenmakers vertrekken van andere grondstoffen. Zo wordt 90 procent van de bio-ethanol vandaag gemaakt van tarwe, mais of suikerbieten. Verdere uitbreiding van de productie vergt een overstap naar strohalmen, restproducten van voedingsgewassen en houtpulp.

Rob Vierhout betwijfelt of er de komende jaren dergelijke bio-ethanolfabrieken gebouwd gaan worden. Want de investeringen zijn nog veel te groot, denkt hij. Alco concentreert zich op investeringen die de productie in de bestaande installaties in Gent en Rotterdam verbeteren. Daardoor verhoogt de productie en kan de CO2-voetafdruk van de fabrieken verder teruggedrongen worden. In Rotterdam werd de voorbije drie jaar al 20 miljoen euro geïnvesteerd. De installaties in Gent maken overigens niet alleen bio-ethanol. De productie levert een bijproduct op dat geschikt is als veevoeder. In Rotterdam wordt de CO2 die vrijkomt bij de productie gebruikt om serres te verwarmen.

Alco Group is niet alleen gespecialiseerd in het maken van bio-ethanol, maar ook in de wereldwijde handel ervan. Alles samen gaat het om een jaaromzet van 1,2 miljard euro.
Binnen de groep trekken drie Belgische vermogende families – Peers, Meeus en Vanden Avenne – nog altijd aan de touwtjes. Al hebben ze wel een Franse partner waarvan de naam in energiekringen meteen een belletje doet rinkelen: de hernieuwbare energiepoot van het Franse staatselektriciteitbedrijf EdF.



Read other news