Alco Energy Rotterdam / Bioraffinaderij



Het Raffinageproces

Alco Energy Rotterdam verwerkt alle grondstoffen tot meerdere producten met een toegevoegde waarde.

Biorefinery 1

Onze grondstof is mais. Het productieproces zet het zetmeel uit de korrels om in ethanol.
Het eiwitrijke deel van de korrel wordt daarbij niet aangetast. Dit gebruiken wij als voedingsstof in veevoeder.

 

Omdat zetmeel niet direct kan fermenteren, zijn voorbereidende stappen noodzakelijk. We vermalen de mais eerst tot een grof poeder of meel. Vervolgens voeren we het in een maischensysteem. Daar wordt het gemengd met water. Vervolgens gaat het door een kooksysteem waar de stoom de zetmeelkorrels afbreekt en de pulp steriliseert.
Toevoeging van een alfa-amylase-enzym (dit zet zetmeel om in dextrine) maakt de pulp vloeibaar.

Die pulp koelen we waarna we het naar een vergister pompen. Daar versuikert en vergist de pulp door toevoeging van een tweede enzym (glucoamylase) en gist. Tijdens het gistingsproces zetten de gistsuikers zich om in ethanol en CO2. Omdat de juiste temperatuur en zuurtegraad van het vergistingsproces erg nauw luisteren, houden we het proces continu in de gaten.

De industriële vergisting bij Alco Energy Rotterdam is een batchproces.
Dit houdt in dat we het volledige proces van elke partij in de afzonderlijke tank voltooien.
Die cyclus duurt 50 tot 60 uur bij een temperatuur van 30 tot 32°C. Het product, vergelijkbaar met bier, dat daaruit voortkomt, bevat een alcoholpercentage van 16 tot 18%.

Om de vloeistof te concentreren en te zuiveren volgt het distilleerproces in de distillatiekolom. Met schijven en ringen brengt de distillatiekolom continu de opstijgende damp en dalende biervloeistof met elkaar in contact. Dit proces leidt tot een massaoverdracht.
De alcoholdamp blijft uiteindelijk boven in de kolom hangen. De oorspronkelijke vloeistof waar de alcohol uit is gedistilleerd, wordt onder in de kolom afgevoerd als residu.
Tijdens het distillatieproces verwijderen we ook onzuiverheden als esters, aldehyden en meer.

Het resultaat is ruwe alcohol met een alcoholpercentage van 95-96%, ethanol.

De laatste fase van het proces is dehydratatie. Hierbij verwijderen we het resterende water om tot een ethanol te komen die minder dan 0,3% water bevat; zogenoemde absolute of watervrije alcohol. Het distillatieproces kan deze concentratie bereiken.
Wij voeren dit dehydratatieproces uit met behulp van moleculaire zeven die de watermoleculen uit de alcohol zeven.

Het residu verwerken we in verschillende stappen verder tot diervoeder. We centrifugeren het residu zodat we de vezelfracties (natte spoeling) van de gezuiverde vloeistof (dunne spoeling) scheiden. De gezuiverde vloeistof verdampen we eerst tot een siroop. Daarna mengen en drogen we de vezelfracties en de siroop om er vervolgens DDGS (Dried Distillers Grains with Solubles) van te maken.

Fermenters en graansilo's

                             Fermenters en graansilo’s